Een lijst met boeren, een wagen die op orde is en daarna vooral zelf zorgen dat het werk goed gebeurt. Dat is wat Han na bijna veertien jaar nog altijd aanspreekt in het werk bij TGG. Vanuit standplaats Etten rijdt hij als RMO-chauffeur dagelijks van boer naar fabriek. Daarnaast is hij coördinator van zijn wagen en helpt hij regelmatig nieuwe chauffeurs op weg.
Over het werk is hij enthousiast. Maar wie Han vraagt hoe het écht is om bij TGG te werken, krijgt ook te horen wat beter kan. “Je moet gewoon eerlijk zijn. Anders heeft iemand er ook niks aan.”
Han komt uit de agrarische wereld. Eind jaren tachtig begon hij bij een loon- en grondverzetbedrijf. Daarna reed hij tijdens zijn diensttijd bij Defensie en kwam hij op de vrachtwagen terecht. Later werkte hij opnieuw in het loonwerk. Nu combineert hij het rijden op de melkwagen bij TGG met zijn eigen bedrijfje in onder meer grond- en straatwerk .
“Bij sommige boeren waar ik vroeger met de loonwerker kwam, haal ik nu de melk op. Dat vind ik nog steeds leuk. Eerst zat je aan de ene kant van de tafel en nu aan de andere.”
TGG kende hij destijds nauwelijks. Hij zag de melkwagens wel rijden, maar wist niet welk bedrijf er precies achter zat. Toen het werk in het loonbedrijf in de winter terugliep, ging hij op internet zoeken naar ander chauffeurswerk. Zo kwam hij bij TGG terecht. Eerst als zzp’er, later in vaste dienst. Wat hem aansprak? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “De vrijheid. Dat is voor mij nog steeds een van de belangrijkste dingen.”
Als RMO-chauffeur krijgt Han zijn route met melkveehouders mee. Die melk moet worden opgehaald en naar de juiste fabriek gebracht. Maar onderweg heeft hij veel ruimte om zijn werk zelf in te delen. “Je kunt rustig je ding doen. Je haalt melk op bij de boeren, maakt eens een praatje en zorgt dat de melk op de juiste plek terechtkomt. Er zit niet constant iemand achter je aan die zegt dat het sneller moet.”
Natuurlijk zijn er afspraken. De volgende chauffeur wil op tijd met de wagen vertrekken en de melk moet gewoon worden opgehaald. Maar als een dag anders loopt dan gepland, is er volgens Han ruimte om te schakelen. “Als het niet lukt, dan bel je. Dat is het eigenlijk.” Die manier van werken past bij hem.
“Ik vind het prettig om zelfstandig te werken. Je bent in dit werk best veel alleen en daar moet je wel tegen kunnen. Er zijn dagen dat je weinig mensen spreekt. Voor mij is dat geen probleem.” Het goede gevoel zit voor Han vooral aan het einde van zo’n dag. “Als ik de deur van de vrachtwagen dichtgooi en mijn rondje weer goed heb gemaakt, dan geeft dat gewoon voldoening.”
Een dagdienst begint voor Han meestal rond vijf uur ’s ochtends. Hij meldt zich aan, pakt zijn wagen en rijdt naar de eerste melkveehouder. Daar haalt hij de melk op en gaat hij door naar het volgende adres. Als de tank vol is, rijdt hij naar de fabriek om te lossen. Soms dichtbij, soms richting het noorden of westen van het land. Daarna volgt vaak nog een tweede rit. Aan het einde van de dienst wordt de tank gereinigd en gaat de wagen terug naar Etten.
Het aantal adressen verschilt flink. “Wij hebben op onze auto soms zeven of acht boeren op een dag. Andere wagens komen wel op twintig of vijfentwintig adressen. Die rijden dan veel dichter rond de fabriek.” Juist die combinatie maakt het werk volgens Han anders dan veel ander chauffeurswerk. “Je rijdt snelweg, maar ook veel binnendoor. Vervolgens moet je achteruit een erf opdraaien en zorgen dat je netjes bij de melktank uitkomt. Die afwisseling vind ik mooi.”
RMO-werk vraagt meer dan alleen goed kunnen sturen. De chauffeur werkt met een voedingsmiddel en voert werkzaamheden uit die invloed hebben op de kwaliteit van de melk. Daar hoort volgens Han een bepaalde zorgvuldigheid bij. “Netheid vind ik heel belangrijk. Je moet beseffen waar je mee bezig bent.”
De melk wordt bemonsterd en gecontroleerd. Die gegevens spelen uiteindelijk ook een rol in wat een melkveehouder voor zijn melk krijgt. “Die melk is voor de boer gewoon zijn inkomen. Daar moet je je als chauffeur wel bewust van zijn.” Nieuwe chauffeurs krijgen daarom een opleiding voordat ze het werk volledig zelfstandig uitvoeren. “Je hoeft het natuurlijk niet allemaal al te kunnen. Daar word je voor opgeleid. Maar je moet wel het besef hebben dat je met een belangrijk product werkt.”
Die vrijheid waar Han zo van houdt, heeft volgens hem ook een keerzijde. “TGG geeft veel vrijheid. Misschien voor sommige mensen soms wel iets te veel.” Voor een ervaren chauffeur die makkelijk zelf beslissingen neemt, werkt dat goed. Maar iemand die nieuw binnenkomt, kan volgens Han behoefte hebben aan meer begeleiding.
“Nieuwe chauffeurs worden naar mijn idee nog weleens snel in het diepe gegooid. De één vindt dat prima en pakt het meteen op. Een ander heeft wat meer houvast nodig.” Zijn eigen start bij TGG, bijna veertien jaar geleden, noemt hij zonder omwegen “rommelig”. “Ik zou met iemand meerijden, maar die chauffeur wist niet eens dat ik kwam. Een volgende keer gebeurde ongeveer hetzelfde. Voor mij was dat niet zo’n probleem, omdat ik als zzp’er gewend was om overal maar in te stappen. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen.”
Hij ziet wel dat daarin stappen zijn gezet. “Het inwerken is tegenwoordig beter geregeld dan toen ik begon. Maar ik vind nog steeds dat je bij nieuwe mensen goed moet kijken wat iemand nodig heeft.”
Waar Han heel positief over is, is de manier waarop chauffeurs elkaar onderweg helpen. Niet alleen binnen TGG, maar ook tussen chauffeurs van verschillende vervoerders. “Kom je ergens waar je niet weet hoe een reiniging werkt of hoe je iets moet aansluiten? Vraag het gewoon. Negen van de tien keer loopt iemand met je mee.”
Hij herinnert zich dat zelf ook uit zijn beginperiode. “Dan kwam ik bijvoorbeeld bij een fabriek waar ik niet vaak kwam en wist ik niet precies hoe de reiniging werkte. Dan vroeg je een chauffeur die daar stond en die hielp je gewoon.” Andersom doet Han hetzelfde. “Als iemand bij ons in Borculo staat en niet weet hoe iets werkt, dan loop ik ook even mee. Dat hoort erbij.” Ook via de telefoon is er bijna altijd iemand bereikbaar die weet hoe iets zit. “Er zijn genoeg chauffeurs onderweg. Er is eigenlijk altijd wel iemand die je kunt bellen.”
Het werk gaat zeven dagen per week door. Overdag, ’s nachts, in weekenden en op feestdagen. Han vindt het belangrijk dat daar richting nieuwe chauffeurs geen mooier verhaal van wordt gemaakt. “Als je alleen maandag tot vrijdag overdag wilt werken, dan moet je eerlijk gezegd iets anders zoeken. Nachtwerk en weekenden horen hierbij.”
Zelf vindt hij het vaste rooster juist prettig. “Ik weet nu bij wijze van spreken al of ik volgend jaar met kerst moet werken. Dat klinkt misschien raar, maar ik vind dat fijn. Je weet waar je aan toe bent.” Daarbij levert werken op andere momenten ook vrije tijd doordeweeks op. Han heeft naast zijn werk bij TGG nog een klein bedrijf in onder meer grond- en straatwerk. Die combinatie is mogelijk doordat hij niet standaard van maandag tot vrijdag werkt.
“Als ik een weekend heb gewerkt, kan ik door de week weer andere dingen doen. Die afwisseling past bij mij.” En voor de onregelmatige uren staat financieel ook wat tegenover. “Ik ga niet zeggen dat dat niet meetelt. Je werkt uiteindelijk ook om je boterham te verdienen. De toeslagen voor weekenden en onregelmatige uren horen daar gewoon bij.”
Een mooie vrachtwagen is voor Han niet de belangrijkste reden om het werk te doen. Maar het materiaal moet wel goed zijn. “Ik ben een beetje merktrouw, dat geef ik eerlijk toe. Maar belangrijker vind ik dat een wagen goed onderhouden is.” Ook daarin heeft hij TGG de afgelopen jaren zien veranderen. “Het materieel is echt vooruitgegaan. ’s Nachts met pech aan de kant staan heb ik eigenlijk bijna nooit. Natuurlijk kan er altijd iets gebeuren, maar structureel stilstaan, daar zou ik snel klaar mee zijn.”
Als coördinator rijdt Han regelmatig met mensen die nieuwsgierig zijn naar het werk. Zijn advies aan potentiële chauffeurs is daarom simpel: probeer het eerst. “Ga gewoon een rondje mee. Dan zie je pas echt wat het werk inhoudt.” Onderweg vertelt hij niet alleen wat mooi is aan het vak. “Ik vind dat je eerlijk moet vertellen dat het dag- en nachtwerk is, dat je weekenden werkt en dat je veel alleen bent. Daar moet je wel van houden.”
Hij heeft in de loop der jaren ook chauffeurs zien ontdekken dat RMO toch niet bij hen paste. En dat is volgens Han prima. “Dan weet je dat tenminste voordat je eraan begint.” Andersom zijn er ook chauffeurs die uit een heel andere wereld komen en juist ontdekken dat dit ritme beter bij hen past. “Ik heb eens een overnachtingschauffeur mee gehad die veel in het buitenland reed. Ik zei tegen hem: besef wel dat je nu iedere dag weer thuis bent. Dat is een heel ander leven. Maar hij werkt nu toch al een paar jaar bij ons.”
Na bijna veertien jaar zit Han nog steeds op zijn plek bij TGG. Niet omdat alles perfect is. Wel omdat de basis voor hem klopt: vrijheid, werken in de agrarische sector, zelfstandig zijn en een werkgever waar hij rechtstreeks kan zeggen wat hij ergens van vindt. “Er gaan hier ook dingen niet goed. Dat heb je overal. Maar als ik iets vind, dan zeg ik het. Daar moet ook ruimte voor zijn.”
En uiteindelijk blijft vooral het werk zelf trekken. “Je krijgt je werk mee, je gaat op pad en je zorgt dat het goed komt. Dat past gewoon bij mij.”
Han kan er van alles over vertellen.